Vier levens

Het helpers syndroom.

Een vrouw van ongeveer 40 jaren oud kwam mij consulteren. Ze vertelde dat zij een zeer slechte relatie had met haar man en dat zij aan het eind van haar krachten was. Ze wist niet meer wat ze wel, of niet goed deed maar zij wilde toch verder met deze man, omdat zij veel van hem hield. Tijdens het intake gesprek noteerde ik bepaalde klachten die zij had. Het was een hele waslijst ze was volkomen opgebrand. Het zou voor mijn cliënte, hard werken worden hier verbetering in te krijgen, omdat ik de indruk kreeg dat zij de enige was die aan de relatie wilde werken, terwijl de man tot geen enkele compromis of medewerking bereid was.

In de eerste sessie namen we perioden en problemen door uit haar huidige leven waarin mijn idee dat zij alleen, aan deze situatie wilde werken bevestigd werd. In haar huidige leven is zij een staffunctionaris in een internationaal bedrijf en wordt gewaardeerd door de medewerkers. Toen zij haar man ontmoette viel zij voor zijn charme en gezellige gebabbel. Zijn gezondheid was niet goed. Hij leefde van een uitkering. Er was nog een andere huwelijks kandidaat, maar haar man wist haar in het huwelijksbootje te krijgen. Een maal getrouwd, kwamen minder prettige eigenschappen naar boven Hij deed weinig tot geen moeite om werk te krijgen en hoe zij hem stimuleerde Het lukte niet. Als hij werd aangenomen, stond hij binnen de kortste keren weer op straat en hing weer thuis rond. Ze snapte niet hoe dat mogelijk was. Hij had toch ook zijn kwaliteiten, waarom lukte het dan niet.

Na een jaar of tien getrouwd te zijn kwam zij erachter, dat hij haar bedroog. Ze weet het aan het feit dat hij te veel tijd had en hij beloofde beterschap. Ze vergaf hem maar begreep het niet, ze deed toch alles voor hem. Na verloop van tijd merkte ze, dat het niet was opgehouden. Integendeel, steeds openlijker waren zijn avontuurtjes en hij begon haar daarmee te plagen. Je bent een trut, wat heb ik nou aan jou. Je bent er nooit ik verveel mij en jij kan mij niet meer boeien was zijn reactie. Ze nam vrije dagen op en probeerde meer thuis te zijn. Toen begon hij haar te treiteren. Eerst met kleine dingen, maar op het laatst werd hij zelfs boosaardig. Toen ze zei dat ze het zo niet meer uit hield, bedreigde hij haar. Als ze weg zou gaan, dan zou ze wel ervaren wat hij ging doen met haar. Dat gaf de doorslag. Ze kon het niet verder, ze wist het niet meer.

TWEEDE SESSIE.
Omdat de band zo sterk was, vermoedde ik dat zij elkaar uit een vorig leven kenden. Om uit te zoeken of dit het geval was, gaf ik haar de opdracht, dat als zij elkaar reeds voor het huidige leven kenden, zij terug zou gaan naar de tijd en de plaats waar zij geleefd hadden. In trance gebracht, vroeg ik haar terug te gaan naar de eerste ontmoeting. Zij kwam in een leven waarin zij een fris boerenmeisje was met blozende wangen, en hij een slungel met twaalf ambachten en dertien ongelukken, die in hetzelfde dorp woonde. Aanvankelijk wilde zij niet van hem weten. Waarom wilde jij niets van hem weten, vroeg ik haar. Mijn indruk is dat hij niets uitvoert terwijl ik uit een werkzaam gezin kom. De stelling wie niet werkt hoeft ook niet te eten, werd bij ons geëerd. Ik liep met een grote boog om hem heen maar ik kon niet ontkennen dat hij met zijn vleierij een charmante indruk maakte.

Langzaam pakt hij mij in, en zegt dat zijn zwakke gezondheid de reden is dat hij niet kan werken. Als hij beter is, zal hij geld gaan verdienen en dan zouden wij kunnen trouwen. In mijn goedheid vertrouw ik er op wat hij zegt, want ik ben ondertussen smoorverliefd op hem geworden. Hij is zo charmant en zegt zulke aardige dingen. Na enige jaren trouwen wij. Hij heeft werk gevonden. Mijn ouders hebben mij gewaarschuwd dat hij een nietsnut is, maar ik vind het onzin. De eerste tijd gaat het goed. We zijn gelukkig. Na verloop van tijd wordt hij ziek, tenminste dat zegt hij en is er geen brood op de plank. Vanaf dat moment, moet ik de kost verdienen als hulp in de huishouding bij een rijke boer. Daar heb ik het goed, maar thuis is het niet om uit te houden. Zijn humeur is slecht en ik moet het vaak fysiek ontgelden. We hebben geen kinderen daar geeft hij mij de schuld van. Hij geeft mij overal de schuld van. Ik besluit meer en meer mijn best te doen maar hoe ik het ook doe het is nooit goed genoeg. Na vele jaren hard werken sterf ik aan een longziekte.

In het tweede leven dat zij weer met hem trouwt, is zij ook niet gelukkig. Zij is nu bij adellijke familie geboren en hij woont in een andere stad. Ze ontmoeten elkaar op een feestje en hij doet zich voor als een succesvolle goederen handelaar, maar in werkelijkheid doet hij maar af en toe iets. Door zijn praatjes misleidt hij haar en ze trouwt niets vermoedend met hem. Alles lijkt goed te gaan maar na verloop van tijd komt ze erachter, dat hij het geld dat zij bij haar huwelijk heeft meegekregen er al snel dooreen heeft gejaagd. Trots als zij is wil ze niet naar haar ouders terug gaan. Ze blijft bij hem en probeert hem te helpen. Een korte periode werkt hij en het lijkt beter te gaan. Hij doet goede zaken en er komt zowaar enige luxe in huis. Na verloop van tijd vervalt hij weer in zijn oude fouten en het gaat bergafwaarts met hen. Zij krijgt overal de schuld van. Ze begrijpt niet waarom, maar ze houdt van hem en blijft hem trouw. Dan komt een besmettelijke ziekte in hun woonplaats die het gezin velt en met hen vele anderen. Ze zijn niet oud geworden.

Het derde leven dat zij met hem doorbrengt is het ergste. Ze trouwen opnieuw. Hij is een soort magiër/genezer die met medicijnen door het land trekt. Met list en bedrog weet hij veel geld los te krijgen, waarvan zij weinig tot niets krijgt. Hij is veel van huis en als hij thuis is, drinkt hij te veel en is doorlopend dronken. Zij probeert te redden wat te redden valt. Als ze vertelt dat ze een kind verwacht, ontsteekt hij in blinde woede. Nog een mond te voeden schreeuwt hij en slaat haar tegen de grond. Terwijl ze daar ligt schopt hij haar vooral tegen de buik. Later krijgt ze een miskraam. Hij heeft het kind doodgeschopt. Ze sterft van verdriet en een gebroken hart, nauwelijks dertig jaren oud.

CONCLUSIE.
In de levens met hem, had ze voortdurend getracht hem te helpen en te veranderen. Ze offerde zich op en kreeg stank voor dank. Er was onbegrip waarom het niet lukte. Het was een openbaring voor haar, te merken dat je iemand niet kan helpen, als hij zelf niets onderneemt om zichzelf te helpen. Hij had overal een excuus voor en gaf vooral haar de schuld van zijn mislukking. Zij ontdekte dat ze haar eigen grenzen niet had gesteld, waardoor ze steeds meer inleverde, totdat zij onderhand zijn slaaf was geworden. Hij manipuleerde haar zodanig, dat hij niet of weinig hoefde te werken. Een ingesleten patroon want, nu wil hij dat liever ook niet! Door haar te manipuleren en schuldgevoelens te geven, hield hij macht over haar, en zij forceerde zich tot steeds meer offers.

Een stukje wijzer geworden verliet ze de praktijk en beloofde zichzelf, in het vervolg, haar grenzen beter aan te geven. De vraag is als je iemand helpt, hoe weet je wat goed is voor iemand? Als je voor iemand de problemen oplost leert hij of zij het nooit. Elk mens draagt zijn eigen verantwoordelijkheid. Misschien moet hij of zij juist door dat diepe dal, om er sterker uit te komen. Het is beter iemand te motiveren, zichzelf te leren helpen. Ze hielp hem, maar echt helpen deed het niet, daar zorgde de andere partij wel voor. Dat deze ontdekking haar pijn deed, wilde ze wel bekennen. Het los komen van deze relatie werd door het verworven inzicht makkelijker. Uiteindelijk heeft ze de scheiding doorgezet.